SEO-woordenboek: uitleg van alle termen

SEO woordenboek

Wil je meer weten over SEO (zoekmachine-optimalisatie), maar ben je even de weg kwijt door al dat jargon? Geen zorgen. Wij hebben een SEO-woordenboek voor je gemaakt. Hier vind je alle SEO-termen bij elkaar.

Above the Fold

Dat wat zichtbaar is op een pagina, voordat de bezoeker naar beneden scrollt. In het Nederlands: boven de vouw. Te veel advertenties boven de vouw kan leiden tot een straf van Google, waardoor je zakt in zoekresultaten.

Alt-tekst

Als je een afbeelding uploadt op bijvoorbeeld WordPress, kun je een alt-tekst invoeren. In de alt-tekst (alternatieve tekst) staat de beschrijving van afbeeldingen in de html-code. Zo kunnen zoekmachine-bots de afbeelding ‘lezen’.

Algoritme

Een complex programma dat relevante zoekresultaten verzamelt en sorteert. Een zoekmachine bestaat uit verschillende algoritmes, die elk op andere criteria letten. Al deze algoritmes samen moeten de zoekresultaten op de beste manier ordenen.

AMP

Afkorting voor Accelerated Mobile Pages. Met AMP worden pagina’s supersnel geladen. Dit is vooral handig voor mobiele gebruikers.

Anchor tekst

De tekst waarop je klikt om een link te volgen. Meestal beschrijft de anchor text (of linktekst) de pagina waarnaar wordt gelinkt.

Autoriteit

Hoe belangrijk en betrouwbaar jouw website is. Er zijn verschillende soorten autoriteit. Lees voor een uitgebreide uitleg hiervan ons blog over autoriteit.

B2B

Afkorting van business-to-business. B2B duidt de markt aan van bedrijven die zakendoen met andere bedrijven.

B2C

Afkorting van business-to-consumer. B2C slaat op de markt van bedrijven die verkopen aan consumenten.

Backlinks

Links tussen twee domeinen, in tegenstelling tot interne links binnen een domein.

Black hat

Black hat SEO is zoekmachine-optimalisatie met technieken die niet worden toegestaan door Google.

Blog

Een blog is een verzameling van online artikelen. Er zijn persoonlijke blogs en zakelijke blogs. Een persoonlijk blog gaat over het leven van een persoon. Een businessblog heeft als doel om (potentiële) klanten interessante informatie te geven.

Bots

Ook wel crawlers of spiders. Bots crawlen webpagina’s en indexeren ze vervolgens. Als een pagina in de index staat, kan een zoekmachine deze pagina oproepen en weergeven als zoekresultaat.

Bounce-percentage

Een bounce is een sessie waarbij maar één pagina van je site wordt geladen. Het bouncepercentage (of de bounce rate) is het percentage van de sessies op je site waarbij gebruikers één pagina hebben bekeken.

Branded Keyword

Een keyword waar een merknaam in voorkomt. Bijvoorbeeld ‘Machielsen vertalen’ of ‘Machielsen marketing’.

Browser

Een browser is de software die je toegang geeft tot het internet. Voorbeelden: Google Chrome, Mozilla Firefox, Safari en Microsoft Edge (vroeger Internet Explorer).

Clickbait

Content die lezers overtuigt om te klikken, meestal door valse beloftes of heftige uitspraken in de titel. Het doel van clickbait is – uiteraard – zoveel mogelijk clicks, zodat zoveel mogelijk mensen de advertenties op die webpagina zien.

Click-through rate

Wordt vaak afgekort tot CTR. Dit is hoe vaak iemand die je link ziet ook daadwerkelijk erop klikt. Bijvoorbeeld een zoekresultaat, maar ook een advertentie of een link in een nieuwsbrief. Met de CTR kun je meten in hoeverre je campagne succesvol is. De Nederlands term klikfrequentie wordt ook wel gebruikt.

CMS

Afkorting van Content Management System (of de Nederlandse term contentmanagementsysteem). Met een CMS kun je eenvoudig content schrijven, uploaden en aanpassen. WordPress is een veelgebruikt CMS. Tip: Check ons blog als je meer wilt weten over het maken van een meertalige WordPress-website.

Concurrenten

Bedrijven die eenzelfde product of dienst als jij verkopen, en dus ongeveer dezelfde doelgroep willen aanspreken.

Content

Eigenlijk is content een containerbegrip. In principe is content alle informatie die gericht is op een eindgebruiker – meestal een breed publiek. Het is dus veel meer dat tekst alleen: ook afbeeldingen, video’s en zelfs evenementen zijn content. Originele content is cruciaal voor een hoge ranking in zoekmachines. Meer over SEO teksten schrijven.

Conversie

Wanneer een bezoeker een bepaalde gewenste actie uitvoert op een website. Van tevoren stel je vast welke acties je bezoekers wilt laten uitvoeren. Voorbeelden van conversies: nieuwsbrief-inschrijving, offerteaanvraag, aankoop of een e-bookdownload.

Conversie-ratio

Hoe vaak een bezoeker wordt omgezet in een conversie. Vaak een percentage, waarbij het aantal bezoekers wordt gedeeld door het aantal conversies. Je rekent het conversiepercentage uit door het aantal conversies te delen door het aantal bezoekers, maal honderd. conversiestotaal bezoekers100. Het verbeteren van je conversieratio noemen we Conversion Rate Optimization (CRO).

Crawlen

Het proces waarbij bots (ook wel spiders) van zoekmachines webpagina’s doorzoeken. Zo kunnen webpagina’s worden geïndexeerd.

Customer Journey

De customer journey (of klantreis) bestaat uit de touchpoints (momenten) waarbij een consument in aanraking komt met een bedrijf. In een customer journey staat de klant centraal, niet het bedrijf. Voorbeelden van touchpoints zijn reclames, socialmediaberichten, klantreviews, een klantenservice of een webshop. Zie ons terminologieblog over de klantreis voor een uitgebreide behandeling.

Deep Link

Een link naar een pagina die niet de homepage is.

DNS

Afkorting voor Domain Name Server. Als jij met je browser naar machielsen.nl gaat, vertaalt de browser machielsen.nl in een IP-adres. DNS koppelt de domeinnaam aan het bijbehorende IP-adres. Simpel gezegd: wat een domeinnaam is voor mensen, is een IP-adres voor browsers. Mensen kunnen cijferreeksen niet zo goed onthouden, dus daarom gebruiken we domeinnamen in plaats van IP-adressen.

Do-followlink

Een gewone link, zonder no-followattribuut.

Domein

Het adres van een website. Onze domeinnaam is www.machielsen.nl. Een DNS ‘vertaalt’ de domeinnaam naar een IP-adres.

Duplicate content

Wanneer op verschillende webpagina’s (nagenoeg) dezelfde content staat. Dit kan binnen een domein zijn, of tussen verschillende domeinen. Dubbele content heeft in principe een negatief effect op Google-rankings.

Engagement

De manier waarop bezoekers zich gedragen op een website. Engagement bestaat uit verschillende variabelen, waaronder bouncepercentage, scrolldiepte en aantal bezochte pagina’s.

Featured snippet

Een tekstvak bovenaan de SERP. Zo krijgt de zoeker direct antwoord op zijn of haar vraag. Een featured snippet wordt ook wel positie 0 genoemd.

Google Analytics

Een programma waarmee je website-statistieken kunt inzien. Voorbeelden hiervan zijn bezoekersaantallen per pagina, bezoekersgedrag, aantal paginaweergaven en het bouncepercentage.

Google RankBrain

Een Google-algoritme met artificial intelligence. Met RankBrain begrijpt de zoekmachine niet eerder ingevoerde zoekopdrachten beter. Hoe dit complexe algoritme exact werkt is geheim.

Gray Hat

Het type SEO tussen black hat SEO en white hat SEO in. Gray hat SEO gebruikt technieken die op het randje zijn van Googles regels. Vaak worden grey hat SEO-technieken uiteindelijk verboden door Google, vooral als er veel misbruik van wordt gemaakt.

Gastblog

Het schrijven van een blog voor een andere website dan je eigen. Dit is een veelgebruikte linkbuilding-techniek: iemand schrijft een blog in ruil voor een link naar zijn of haar eigen site.

Header tags

Hiermee geeft je in html kopteksten aan. H1 is de titel, H2, H3, H4 enzovoorts zijn tussenkopjes. De kopjes geven hiërarchie aan – zo komt een H3 altijd onder een H2. In de praktijk wordt vooral H1, H2 en H3 gebruikt.

Homepage

De beginpagina van een website. De homepage heeft een centrale plek in de paginastructuur van een website – je kunt in principe de hele website bezoeken vanaf de homepage.

HTML

Afkorting voor Hypertext Markup Language. HTML vertelt je browser hoe een pagina moet worden weergegeven. HTML-tags kunnen helpen bij zoekmachine-optimalisatie. Voorbeelden van HTML-tags zijn title tags, de SEO-titel, meta-beschrijving en hyperlinks.

HTTP

Afkorting van Hypertext Transfer Protocol. HTTP zorgt voor de ‘communicatie’ tussen je browser en de server waarop de website draait die je bezoekt. Het regelt als het ware dat de data van de server naar je browser wordt verstuurd.

HTTPS

Afkorting voor Hypertext Transfer Protocol Secure. Een veiligere versie van HTTP. Bij HTTPS wordt de data tussen de server en de browser versleuteld, zodat informatie veilig wordt verstuurd.

Index

Een database van zoekmachines, met alle content die is opgepikt door hun spiders. Alleen geïndexeerde pagina’s kunnen worden weergegeven als zoekresultaat.

Indexeren

Als een webpagina gecrawld is door spiders, wordt-ie opgeslagen in de index van de zoekmachine. Alleen geïndexeerde pagina’s kunnen worden weergegeven in zoekresultaten.

Interne links

Links binnen twee pagina’s op hetzelfde domein, in tegenstelling tot backlinks tussen twee domeinen.

IP-adres

De IP in IP-adres staat voor Internet Protocol. Een IP-adres is een cijferreeks die uniek is voor iedere website. Omdat cijferreeksen moeilijk zijn om te onthouden voor mensen, hebben we domeinnamen op IP-adressen geplakt. Een DNS koppelt een door jou ingevoerde domeinnaam aan het bijbehorende IP-adres.

Kannibalisatie

Als verschillende pagina’s binnen één domein voor hetzelfde keyword ranken. Vaak gaan deze elkaar in de weg zitten. Meestal is het beter om deze pagina’s samen te voegen. Je kunt ook pagina’s herschrijven om andere keywords te targeten.

Keyword

In het Nederlandse zoekwoord. Het kan ook een woordgroep, een zin of een vraag zijn. Dit is wat een gebruiker intypt in de zoekbalk. Een SEO-tekstschrijver optimaliseert teksten voor een of meer keywords. Het doel: hoog ranken voor het keyword, zodat je wordt gevonden.

Keyword stuffing

Het veel te veel gebruiken van relevante keyword. Vaak krijg je hierdoor een onnatuurlijke tekst die niet prettig leest. 20 jaar geleden werkte dit, maar tegenwoordig wordt deze ‘tactiek’ bestraft door zoekmachines.

Keyword density

Hoe vaak een keyword in een tekst voorkomt. Vaak wordt dit in een percentage uitgedrukt.

Zoekwoorden-onderzoek

Ook vaak Keyword Research. Met zoekwoorden-onderzoek analyseer je op welke onderwerpen en termen gezocht wordt. Dit doe je met een online tool, zoals SEMrush. Onderdeel van het zoekwoordenonderzoek is checken hoeveel concurrentie er is en hoe vaak er op termen wordt gezocht.

Keyword Stuffing

Het onnatuurlijk vaak herhalen van keywords, in de hoop dat je dan sneller opgepikt wordt door de zoekmachine. Dit wordt gezien als spammen. Daarom wordt het bestraft door Google.

KPI

Afkorting voor kritieke prestatie-indicator of key performance indicator. Met KPI’s meet je de prestatie van je bedrijf of team op een concrete manier. Zo krijg je inzicht in welke doelen behaald worden.

Landingspagina

Een bezoeker komt op een landingspagina nadat hij of zij op een link heeft geklikt. Bijvoorbeeld een advertentie of een zoekresultaat. In de breedste zin van het woord is het iedere pagina waar een bezoeker naartoe kan navigeren.

Lead

Een lead is iemand die interesse heeft in jouw product of dienst. Een lead is bereid persoonlijke data te geven voor iets van waarde van jouw bedrijf. Bijvoorbeeld een nieuwsbrief, free trial of je product of dienst.

Link

Een koppeling tussen twee pagina’s. Gebruikers hebben links nodig om te navigeren op internet. Je hebt interne links en externe links. Ze worden meestal aangeduid met een streep onder de anchor text.

Link accessibility

De mate van toegankelijkheid van een link. Voor mensen én voor bots.

Linkbuilding

Een continu proces waarbij wordt geprobeerd om backlinks van andere websites naar de eigen website te krijgen. Deze externe links leveren een positieve bijdrage aan je ranking. Linkbuilding kan automatisch ontstaan, als je content opgepikt wordt door andere websites. Vaak moet je er (aan het begin) wat harder voor werken, bijvoorbeeld door gastblogs te schrijven, of door te betalen voor links.

Link equity

De waarde die een link doorgeeft naar de pagina waarnaar wordt gelinkt. Dit geldt voor interne links en externe links. Link equity wordt ook wel link juice genoemd.

Linkprofiel

Het beeld van alle inkomende links naar een website en de gebruikte anchor texts. Een te slecht linkprofiel heeft gevolgen voor je ranking. Maar ook een onnatuurlijk positief linkprofiel kan een negatief effect op je ranking hebben. Dat duidt erop dat je (bijna) al je links op een niet-natuurlijke wijze hebt gekregen, en daar houdt Google niet van. Een goed linkprofiel boost je autoriteit, een slecht linkprofiel met veel (gekochte) spamlinks beïnvloedt de zichtbaarheid van je pagina of site negatief. En uiteraard kun je het beste een natuurlijk linkprofiel hebben, met een gezonde variatie in links en anchorteksten.

Long-Tail Keyword

Langere zoektermen die heel specifiek zijn. Hier wordt niet vaak op gezocht, maar de zoekintentie is wel duidelijk. Vaak worden long-tail keywords gebruikt door mensen die op zoek zijn naar een oplossing voor hun ‘probleem’. Dat betekent dat er een hogere kans is dat deze mensen geïnteresseerd zijn in jouw product of dienst. Oftewel: meestal hebben ze een lager zoekvolume, maar wel een hoge conversieratio.

Link-volume

Het aantal links op een pagina.

Meta-descriptions

Onderdeel in html, met een samenvatting van de inhoud van de content van de webpagina. De meta-beschrijving zie je ook op SERPs als de tekst onder de blauwe links.

Mobile-first indexeren

Google is in 2018 overgestapt op mobile-first indexeren. Bots crawlen sindsdien de mobiele versie van websites, in plaats van de desktopversie. Daarom moet je mobiele website tiptop in orde zijn; dat is namelijk de versie die door Google wordt beoordeeld.

Nofollow

Een toevoeging aan een link die aangeeft dat Google deze link niet moet crawlen. Dit is het tegenovergestelde van een ‘normale’ dofollow-link. Je hangt een nofollow-tag aan een link als je bijvoorbeeld geen waarde aan de andere website wilt doorgeven (zoals Wikipedia).

Off-Page SEO

SEO-werkzaamheden die niet op de eigen website plaatsvinden. Hiermee creëer je buiten je website om naamsbekendheid en vraag naar je product of dienst. Dit kan van alles zijn, zoals linkbuilding en social-mediamarketing. Dit is het tegenovergestelde van on-page SEO.

On-Page SEO

Alle SEO-werkzaamheden binnen een website. Het doel is om je website zo goed mogelijk te laten ranken in zoekmachines. Voorbeelden van on-page SEO: goede content, html-optimalisatie, verbeteren van de url-structuur, afbeeldingen optimaliseren enzovoorts. Dit is het tegenovergestelde van off-page SEO.

Organic Search

De niet-betaalde zoekresultaten op de SERP. In het Nederlands: organische zoekresultaten. Deze resultaten zijn gerangschikt door de zoekmachine-algoritmes. Het tegenovergestelde van advertenties.

PageRank

Het allereerste Google-algoritme, maar intussen allang niet meer de enige. PageRank beoordeelt het aantal backlinks en de kwaliteit van deze links.

Laadtijd

Hoe snel een pagina laadt. De laadtijd (ook wel page speed) is een rankingfactor. Hoe langzamer een pagina laadt, hoe minder kans je hebt op een hoge ranking.

Paid Search

In het Nederlands: betaalde zoekresultaten. Dit zijn de advertenties die boven en onder de organische zoekresultaten op de SERP staan. Het tegenovergestelde van organische zoekresultaten.

Buyer persona

Ook wel customer avatar. Een buyer persona is een gedetailleerde beschrijving van de ideale klant van een bedrijf. Het is een semi-fictief profiel dat wordt gebaseerd op marktonderzoek, klantdata en gesprekken met de doelgroep. Een buyer persona beschrijft in ieder geval demografische gegevens, doelen en waarden, informatiebronnen, uitdagingen en pijnpunten en eventuele bezwaren en rol in het aankoopproces. Zie ook onze uitgebreide uitleg hierover.

PageRank

Een belangrijk onderdeel van het Google-algoritme. PageRank analyseert links. Aan de hand van de kwaliteit en hoeveelheid links naar een website maakt het algoritme een inschatting van een webpagina.

Pagina-snelheid

Hoe snel een pagina laadt voor de bezoeker. Hoe langzamer een pagina laadt, hoe groter de kans dat de bezoeker afhaakt.

Pagina’s per sessie

Het gemiddelde aantal pagina’s dat iemand bezoekt tijdens één sessie.

Personalisatie

Wanneer zoekresultaten worden aangepast aan de gebruiker. Personalisatie gebeurt aan de hand van zoekgeschiedenis, browsegeschiedenis, locatie en persoonlijke informatie.

RankBrain

Het onderdeel van het Google-algoritme dat AI (artificial intelligence) gebruikt om resultaten te ranken.

Ranken

  • Het op relevantie sorteren van zoekresultaten. Dit wordt door de zoekmachine gedaan.
  • Een positie binnen zoekresultaten verwerven. Je kunt met een webpage ranken op de tweede positie, bijvoorbeeld.

Ranking-factor

Een aspect dat invloed heeft op de ranking van een pagina. Google-algoritmen sorteren zoekresultaten op basis van honderden rankingfactoren. Voorbeelden zijn laadsnelheid, gebruik van https, aantal en kwaliteit van backlinks et cetera.

Responsive design

Een website met responsive design past zich aan de afmetingen aan van het apparaat waarmee de site wordt bezocht. In principe heeft een site met responsive webdesign dezelfde functionaliteiten op ieder apparaat.

Rich snippet

Een rich snippet is een uitgebreide versie van een gewoon zoekresultaat. Rich snippets bevatten meer informatie dan gewone zoekresultaten. Een rich snippet kan eenvoudig zijn, zoals een reviewscore of een receptfoto. Maar een rich snippet kan ook een uitgebreide ‘kaart’ zijn met informatie over een lokaal bedrijf, inclusief telefoonnummer, locatie en reviews.

Responsive design

Website-design waarbij de site zich aanpast aan het schermformaat van de gebruiker, van mobiel tot desktopformaat.

Scrolldiepte

Hoe ver bezoekers naar beneden scrollen op een pagina.

Seed keyword

Het keyword dat jouw product of dienst het beste weergeeft. Je kunt dit zien als je basis-keyword. ZO zijn onze seed keywords content-marketing en vertalen.

SERP

De afkorting van Search Engine Results Page, oftewel zoekresultatenpagina. Dit is wat je ziet na een zoekopdracht. Naast de organische zoekresultaten kan een SERP ook bestaan uit onder andere betaalde zoekopdrachten, afbeeldingen, nieuws en shopping-resultaten.

SEO

Search Engine Optimization (SEO) is het optimaliseren van een website, met als doel om hoger te ranken in zoekmachines. In het Nederlands noemen we dit zoekmachine-optimalisatie. Er is een verschil tussen on-page SEO en off-page SEO.

Sitelinks

Sitelinks zijn extra links die onder een zoekresultaat kunnen verschijnen. Bij Google Ads kun je dit zelf kiezen en instellen, bij organische resultaten niet.

Sitemap

Een lijst met alle pagina’s op een domein. In HTML (voor mensen) of XML (voor crawlers).

Title Tag

Onderdeel in html dat de titel van de webpagina aangeeft. Ook wel SEO-title genoemd. Je ziet de title tag als de blauwe kopjes op SERPs, en vaak ook in je tabblad. Dit is een element dat doorgaans wordt SEO-geoptimaliseerd.

Traffic

Het aantal bezoeken op een website of pagina. De Nederlandse term verkeer wordt ook wel gebruikt.

URL

URL is de afkorting voor uniform resource locator. De url is alles wat je in je adresbalk ziet: van https:// tot de laatste /. Ook URL’s worden SEO-geoptimaliseerd: onze URL’s zijn niet voor niets zo eenvoudig.

User Experience (UX)

In het Nederlands is UX de gebruikerservaring. De UX bestaat uit alle elementen waar de klant mee te maken krijgt als hij of zij met een bedrijf in aanraking komt. Uiteindelijk is de gebruikservaring het gevoel dat de klant na een interactie bij een bedrijf krijgt.

Zichtbaarheid

Hoe hoog en vaak een website rankt in de zoekresultaten.

Webpagina

Een pagina op het internet. Webpagina’s worden geopend door een browser.

Website

Een verzameling van webpagina’s op het internet.

White hat

White hat SEO is zoekmachine-optimalisatie met technieken die worden toegestaan door Google.

WordPress

Een veelgebruikt contentmanagementsysteem (CMS).

Zoekgeschiedenis

Zoekmachines houden de zoekgeschiedenis van gebruikers bij. Deze info gebruiken ze om zoekresultaten te personaliseren. De zoekgeschiedenis bestaat uit verschillende aspecten. UIteraard de gebruikte zoektermen, maar ook de advertenties en organische resultaten waarop geklikt is.

Zoekintentie

Wat de gebruiker wil bereiken met zijn of haar zoekopdracht. Lees ook: betekenis zoekintentie.

Zoekmachine

Een programma waarmee een gebruiker informatie kan vinden op internet. De zoekmachine crawlt met spiders, waardoor webpagina’s worden geïndexeerd. Als een gebruiker een zoekopdracht uitvoert, haalt het algoritme relevante resultaten op uit de index. Voorbeelden van zoekmachines: Google, DuckDuckGo en Bing.

Zoekverkeer

Bezoekers die via een zoekmachine op je website gekomen zijn. De Engelse term search traffic wordt ook vaak gebruikt.

Zoekvolume

Hoe vaak een zoekopdracht wordt uitgevoerd. Hoe hoger het zoekvolume, hoe meer potentiële bezoekers voor je website. Daartegenover staat dat een hoger zoekvolume vaak ook meer concurrentie heeft dan een zoekopdracht met een lager zoekvolume.